Teresa van Avila
augustus 16, 2011 in Heiligen van de Karmel by zrelviramaria
Heilige Teresa van Avila (1515-1582), Maagd en Kerklerares
oorspronkelijke Spaanse naam: Teresa Sánchez de Cepeda y Ahumada (Ávila, 28 maart 1515 – Alba de Tormes 1582) bij (Salamanca) was een mystica.
Feestdag: 15 oktober
Patroon van Spanje en van haar eigen orde. Daarnaast van de schakers (tijdens haar vele reizen zou ze een potje schaak niet afslaan), voor geestelijke noden en tegen hartklachten en hoofdpijnen.
Teresa van Avila is één van de beroemdste mystici onder de katholieke heiligen. Samen met de heilige Johannes van het Kruis heeft zij de orde van de Karmel hervormd in de zestiende eeuw. Haar geschriften hebben de mystieke theologie dermate ingrijpend beïnvloed, dat zij door paus Paulus VI in 1970 als eerste vrouwelijke heilige werd uitgeroepen tot kerkleraar.
Teresa van Avila wordt in de volksmond ook wel de “grote Teresa” genoemd, in tegenstelling tot de ‘kleine Theresia’, waarmee Thérèse van Lisieux wordt bedoeld.
Teresa was de dochter van Don Alonso Sánchez de Cepeda en Dõna Beatriz de Ahumada. Haar ouders waren tot bekering gedwongen joden. Ze trad op 2 november 1535 in in het klooster van de menswording (La Encarnación) te Ávila. Ze werd ingekleed in 1536 en legde haar geloften af op 3 november 1537. Ze moest het klooster echter in 1538 al weer verlaten omdat ze ziek werd. Ze werd naar een genezeres in Becedas gestuurd. Door een boek dat ze las toen ze daar verbleef, kreeg ze haar eerste mystieke genaden. De behandeling in Becedas had geen effect, en in 1539 werd Teresa doodziek terug naar Ávila gebracht. Nadat ze op de feestdag van Maria ten Hemelopneming gebiecht had, raakte ze in de toestand van schijndood. In die toestand werd ze terug naar het klooster gebracht, en ze bleef zo gedurende drie jaar.
In 1542 genas ze uiteindelijk zonder aanwijsbare natuurlijke oorzaak. Zelf schreef ze haar genezing toe aan de heilige Jozef, de bruidegom van de maagd Maria en de voedstervader van Jezus Christus. Ze zou de rest van haar leven een grote devotie voor deze heilige behouden (haar eerst gestichte klooster zou onder zijn bescherming worden gesteld.
Na haar genezing maakte Teresa een periode van geestelijke dorheid door, die gevolgd werd door een tijd van bijzondere genaden. Zo beweerde ze dat haar in 1556 Jezus verscheen om zich met haar mystiek te verloven. In deze tijd van innig contact met God raakte ze ervan overtuigd dat ze de orde van de karmelietessen waartoe ze behoorde moest hervormen. Deze orde was namelijk, zoals zoveel orden op een bepaald moment van hun geschiedenis hadden meegemaakt, verslapt in de naleving van haar kloosterregel. Een dergelijke terugkeer naar het oorspronkelijke elan van een kloosterorde wordt een observantiebeweging genoemd.
Om haar hervorming gestalte te geven stichtte Teresa in 1562 haar klooster van de heilige Jozef, in Ávila. Dit was geen sinecure, want er waren geen middelen en ze ondervond veel tegenstand. Het bestaan van zo’n klooster was immers in feite een slag in het gezicht van de bestaande kloosters, die bruut geconfronteerd werden met hun eigen falen.
De rest van het leven van Teresa was een aaneenschakeling van enerzijds bijzondere genaden in haar persoonlijke leven, en anderzijds kloosterstichtingen en het schrijven van constituties en mystieke geschriften in haar publieke leven.
Wat het eerste betreft zijn de doorboring van haar hart met een vurige pijl van liefde en haar mystieke huwelijk wereldberoemd geworden, onder andere door een zeer vlammend barok beeldhouwwerk “De extase van Teresa” van Bernini in de Santa Maria della Vittoria te Rome (1644-1647).
Van haar geschriften zijn haar “Innerlijke Burcht” de “Weg van Volmaaktheid” en haar “Hooglied” het meest beroemd. Ze behoren tot de hoogtepunten van de Spaanse literatuur. Op dat gebied werd zij in haar tijd alleen overtroffen door haar naaste medewerker en medemysticus, de heilige Johanner van het Kruis, die de Teresaanse hervorming voor de mannelijke tak van de karmelieten ter hand nam.
In haar denken werd Teresa beïnvloed door de werken van Francisco de Osuna, die op beeldende wijze uiteenzette wat bijvoorbeeld de stadia van het gebed waren, of wat het verschil was tussen een visioen van de verbeelding en een van het verstand.
Zalig verklaard door paus Paulus V, 24 april 1614
Heilige verklaard door paus Gregorius XV, 12 maart 1622
Uitgeroepen tot Kerklerares door paus Paulus VI, 18 september 1970


















