Spiritualiteit en apostolaat
augustus 22, 2011 in Zalige Moeder Maria Teresa by zrelviramaria
Onze stichteres is het werk dat God haar had opgedragen begonnen met te zorgen voor het onbeschermde kind, met de “Heimat für Heimatlose”. De leer voor het innerlijk leven en de religieuze diepgang van haar werk ontleende zij aan de orde van de allerheiligste maagd Maria van de berg Karmel en zij verrijkte deze orde met een nieuwe tak, die zich geheel en al richtte op het apostolaat. Uit de rijke geestelijke traditie van de Karmel putten wij iedere dag opnieuw de kracht voor ons apostolaatwerk.
De beslissing van onze stichteres om apostolisch te gaan werken, kreeg de goedkeuring van de Kerk; een bekrachtiging van deze kerkelijke goedkeuring vinden wij in de zegen van God, die tot op vandaag ons werk begeleid heeft. Zo is de apostolische inzet en het door ons ondernomen apostolaat niet iets dat wij naast het beschouwende leven óók nog doen, maar het is de kern van onze apostolische congregatie en vormt een wezenlijk bestanddeel van ons religieuze leven.
Deze werken verrichten wij als een heilig dienstbetoon aan de evenmens en als een eigen taak, door de Kerk aan ons opgedragen. Ons gebed, onze zelfverloochening en eerherstel zijn de bronnen, waar wij de kracht uit putten voor ons apostolaat. De oefeningen van de gemeenschap, met inbegrip van het gemeenschappelijk gebed, worden geregeld naar de eisen van het apostolaatwerk; zij worden vastgesteld op tijden waarop de zusters die dit werk doen, zich het gemakkelijkst vrij kunnen maken om aan de oefeningen van de communiteit deel te nemen. Zo alleen kan worden waargemaakt wat de Kerk verlangt, namelijk dat de apostolische inzet bezield dient te worden door een innerlijk leven en voortkomt uit een innige vereniging met Christus (PC8).
Als religieuze gemeenschap hebben wij op menselijk en godsdienstig terrein contacten met de gemeenschap nodig. Maar elke communiteit zal met wijs overleg de dagindeling zo regelen, dat allen, of althans zoveel mogelijk zusters, enkele malen per dag samenkomen voor het gebed, de maaltijd en de recreatie. Zo voelen wij ons gelukkig, want wij hebben allen hetzelfde doel en dezelfde opdracht.
Al bij de vorming van de jonge zusters moeten de verantwoordelijke zusters er voor zorgen, dat deze vanaf het noviciaat worden gevormd tot een harmonische eenheid van geestelijk leven en apostolisch werken. De juiste mentaliteit en levenswijze van de gemeenschap als geheel is in dit opzicht belangrijk.
Bovendien zal het voor iedere zuster persoonlijk een groeien zijn naar geestelijke rijpheid. Wat wij soms pijnlijk aanvoelen als tegenstrijdigheid zullen wij geleidelijk gaan zien en ervaren als een eenheid, wanneer wij ons helemaal overgeven aan onze opdracht en oplettend blijven voor de leiding van Gods genade; dan zal de levenshouding van onze stichteres ook de onze worden:
“GOD IN ALLEN ZIEN
GOD IN ALLEN DIENEN
GOD IN ALLEN LIEFHEBBEN”
M. Maria -Teresa van de H. Jozef.


















