Roeping! Wat is roeping?
Wat-is-roeping; drie woorden, maar meteen de moeilijkste vraag om te beantwoorden.
Iedere mens heeft een roeping
God heeft iedere mens het leven geschonken. Je bent er omdat Hij dat wil, omdat Hij van je houdt.
Als je zelf iets maakt, dan doe je dat niet zomaar. Iets maken moet een doel hebben. Je maakt een mooie kaart voor iemand die jarig is en een kind maakt een tekening voor zijn of haar moeder, omdat hij/zij van haar houdt. Zo is het ook met God. Hij heeft een plan met ons. Met iedereen! Niemand uitgezonderd. Dat doel kunnen we onze levensstaat, onze roeping noemen.
Ik weet nog heel goed dat ikzelf altijd droomde van moeder worden. Wie heeft er nooit vader en moedertje gespeeld? Dit moederschap is iets wat God in iedere vrouw heeft gelegd. (Toch heb ik wel eens vrouwen ontmoet die helemaal geen moeder willen worden). Maar goed kinderen willen de ene dag met die trouwen en de volgende dag worden ze liever brandweer. Het lijkt een spel, maar het is niet zomaar een kinderspel. Kinderen oefenen, leren door spelen. Wij denken dat een jong katje leuk aan het stoeien is, maar eigenlijk oefent ze haar jachtkunst. Kijk maar eens naar kinderen en zie hoe serieus ze spelen.
Iedereen wil ergens naar toe. We leven niet zomaar. Je kiest een studie omdat je iets wil worden. Een goede studiekeuze maken is al moeilijk, er worden zelfs cursussen voor gegeven, scholieren worden 2 jaar intensief begeleid om de juiste keuze te maken. Er zijn adviseurs, decanen die je daarbij helpen. Al dan niet voorzien van een prijskaartje.
Maar wáár is de cursus om te komen tot de juiste keuze voor de levensstaat? Waarom wordt er gek gekeken als iemand zijn roeping wil onderzoeken? Ik denk dat het komt omdat het woord roeping wordt vertaald met kloosterling of priester, iets met de Kerk. Iets voor watjes. Maar nee, iedere levensstaat is een roeping.
En … laat je niks wijsmaken. Als er een cursus nodig is om tot de juiste studiekeuze te komen – wat denk je dan van het belang om na te denken over je roeping. Ik zeg je, dat is van levensbelang! Een roeping is iets heel persoonlijks. God heeft deze weg alleen voor jou uitgestippeld en jij bent de enige die deze roeping kan beantwoorden.
Als je het goed beschouwd zijn er eigenlijk maar twee roepingen binnen het geloof. De roeping tot het huwelijk – of de religieuze roeping. Sommigen denken dat alléén door het leven gaan ook een roeping is. Echter volgens de definitie van de kerk kan alleenstaand leven alleen een roeping zijn als het op één of andere wijze toegewijd is aan God. Dat betekent niet dat alleenstaand blijven verkeerd is, of dat je erop neer moet kijken, maar al in het eerste boek van de Bijbel, Genesis, staat dat het niet goed is voor de mens om alleen te blijven, daarom schiep God een hulp voor de mens: Eva. Een mens leeft dus eigenlijk altijd in relatie met een ander. Een relatie tussen man en vrouw in het huwelijk. Maar ook in relatie tussen God en de geroepene in het religieuze leven als kloosterling, priester of in Godgewijde leven.
Huwelijk
De roeping tot het huwelijk is niet gemakkelijk maar wel gemakkelijk om te begrijpen, want als het goed is, is iedereen geboren in een gezin. Wat tegenwoordig niet echt meer vanzelfsprekend is. Maar bij het huwelijk kunnen we ons allemaal wel iets voorstellen. De eerste tekenen van verliefdheid, de eerste verkering … we hebben het allemaal minstens één keer meegemaakt. Zelf of we waren toeschouwers in de klas, of het gezin. Van het vader en moedertje spelen gaan we over tot de eerste echte ervaringen in het samen zijn, samen delen en samen groeien. En als het niet meer klikt of na een ruzie .. hup uit is het en de volgende verschijnt in zicht.
Ik hoop dat iedereen een goed voorbeeld heeft van een mooi en liefdevol gezin, om echt te kunnen beleven en te beoordelen wat een huwelijk is. In zo’n situatie kan het verlangen groeien naar diezelfde levensstaat. In de tijd van verkering, verloving kan heel goed het verlangen groeien naar eenheid en eenwording, naar vruchtbaarheid – naar kinderen. Men wil zich aan elkaar geven, helemaal 100 %, alles beleven en alles delen. In voor- en tegenspoed. In een crisis rijpt een huwelijk en de liefde voor elkaar.
Maar voor sommigen gaat deze vlieger niet op.
Sommigen blijven zitten met een leegte, iets wat steeds zegt: “Is dit alles?”
Leegte is altijd een mooi aspect dat hoort bij de zoektocht naar de juiste roeping.
Het is a.h.w. een soort thermometer. Een mooi aspect, maar dit wil niet zeggen dat het ‘mooi’ voelt. Leegte en Gods wil horen een beetje bij elkaar. Gods wil? Oké dus iemand die niet gelovig is kent ook geen leegte? Hihi, dat zou gemakkelijk zijn. Nee, iedereen kent het gevoel van leegte – omdat iedereen door God geschapen en gewild is. Wij hebben een vrije wil en daarom kunnen we God afwijzen, maar Hij doet dat nooit. God blijft je begeleiden en van je houden. Hij kan niet anders, want God is Liefde. Ja, maar dan de liefde met de hoofdletter L. Blijf dus in Zijn Liefde en de leegte zal uit je leven verdwijnen.
Goed, terug naar de leegte.
Kinderen kennen eigenlijk geen leegte, wel verveling. Ik denk dat we vanaf de puberteit met leegte te maken kunnen hebben. Jongeren gaan op zoek, ze willen hun leven vullen. En ze doen dat hartstochtelijk met van alles en nog wat: muziek, hobby’s, vriendschappen, studie, drugs, seks, dating, uitgaan enz. enz. Je ziet ook bij pubers dat ze van het één naar het andere ‘hoppen’. Zijn meisjes in hun jonge jaren helemaal in de ban van paardrijden – dan kan dat van de één op de andere dag over zijn. Ook met andere hobby’s, muziek, films, boeken. Van de één op de andere dag wordt iets afgedaan met kinderachtig, stom, vervelend. Dit kan ouders tot wanhoop brengen, maar het is iets goeds. De tiener is zichzelf aan het ontdekken. Ze ontdekken wat hen boeit en wat niet (meer). Leegte dus. Toch hebben ze sturing nodig omdat ze erg gemakkelijk kunnen verdwalen in de heftige stormen van hormonen. Tieners zullen dit nooit als leegte benoemen, maar het begint hier wel. De leegte krijgt langzaam een plek in hun leven. Leegte is in één woord een rotgevoel. Maar als je het goed gebruikt kun je zo steeds Gods wil in je leven ontdekken.
Het is goed om op te letten wat er over blijft – de rest. Dit kun je doen na alles wat je gedaan hebt. Koffieleuten met vriendinnen, een telefoongesprek, een film kijken, uitgaan, een feest …
Ken je dat gevoel van:
hmm ik had mijn tijd beter anders kunnen besteden.
Jemig wat een stomme film, als ik dat geweten had.
Het feest was toch zo gezellig, waarom voel ik me nu zo … vul maar in.
Of …
Moest ik naar die … daar had ik nou toch helemaal geen zin in, maar nu achteraf kan ik zeggen: ik ben blij dat ik gegaan ben.
God zij dank heb ik gisteren dit SO geleerd in plaats van met … weg te gaan.
Na een opgeruimde kamer … ik voel me echt gezellig, het is toch een mooie kamer hè.
Misschien was dit inderdaad wel dank zij God!
Waar het hart vol van is
Toen God de wereld schiep zag Hij dat het goed was! Ook bij jou zag hij dat. Het leven is goddelijk en jij bent meer dan gewenst. Zozeer dat God een kiem van zichzelf in jou heeft geplant. De Liefde. Als we aan de liefde denken gaan onze gedachten bijna automatisch uit naar het hart. Wie kent de tekeningen ‘Liefde is … ‘ niet.
Daarom wil ik graag het verhaal van God en het hart vertellen. Eigenlijk kun je het zo zeggen dat God een klein stukje van je hart eruit heeft gehaald en dat stukje heeft Hij aan een ander gegeven. Het gaatje wat is achtergebleven kunnen we omschrijven als leegte. Wij willen het gat vullen. En proberen dat met van alles, van studie – tot hobby. Van drugs, alcohol – tot seks. Het kan van alles zijn. Vul het zelf maar in.
Wanneer je de partner vindt die God voor je heeft bestemd is de leegte weg. Je kunt zeggen dat het stukje hart gevuld is. Je hebt degene gevonden die jouw stukje hart van God had gekregen en na een zoektocht de juiste man/vrouw heeft gevonden bij wie dit stukje hart ontbrak. Dat is een goed gevoel en iets prachtigs. Je hebt vast al eens zo’n stel gezien. Twee krijgen verkering en je ziet .. ja hoor, dat gaat wat worden. Meestal ‘lijken’ ze bijna op elkaar, het hadden ook broer en zus kunnen zijn. En in principe zijn we dat natuurlijk ook als kinderen van God. Maar mooi en aardig. Nu heeft onderzoek uitgewezen dat 1 op de 5 mensen dus een religieuze roeping hebben. Het is a.h.w. zo dat God een stukje hart bij je heeft verwijderd en dat voor zichzelf heeft gehouden. Hij telt 1, 2, 3, 4, en 5 – die is voor Mij. Als jij dus nummer vijf bent kun je zoeken tot je een ons weegt maar zal er altijd iets van leegte blijven.
Oké hoor ik je al zeggen, ‘waarom zijn er dan zo weinig zusters, priesters .. hoe zit dat zuster Elvira Maria?’
Dit heeft te maken met onze vrije wil. De vrije wil is het grootste geschenk dat God ons heeft gegeven. Die vrije wil zal Hij ook nooit afpakken of ondermijnen. Hij respecteert onze keuze die we maken. Hij nodigt ons uit, maar we mogen ‘nee’ zeggen.
Oké en dan zit je dus je hele leven met dat rot gevoel van leegte. Fijn zeg die God van u! Ja en nee. God zal je nooit straffen als je niet ingaat op zijn uitnodiging, als je dus niet beantwoord aan de roeping die Hij in je hart heeft gelegd. Hij zal je blijven helpen en ook altijd van je blijven houden, maar er zullen steeds tijden zijn dat het gevoel van leegte terug blijft komen. Daarom is het belangrijk om over je roeping en Gods wil na te denken.
Ik heb al heel veel oudere dames ontmoet die na een conferentie naar mij toe kwamen en zeiden: Zuster ik had ook roeping tot het kloosterleven, maar ik wilde niet .. ik ben getrouwd en ik heb kinderen maar ik weet niet er is altijd dat gevoel gebleven wat u heeft omschreven: “Is dit alles?” Ik wist heel goed dat God wilde dat ik in zou treden maar ik wilde mijn vrijheid niet opgeven. Denkt u dat God nu een hekel aan mij heeft? Natuurlijk niet, Hij houdt van u, maar ja .. alleen als je Gods wil doet word je volmaakt gelukkig. En willen we dit niet allemaal: gelukkig worden.
Daarom probeer altijd Gods wil in je leven te zoeken en te doen. Om Gods wil te ontdekken en jouw unieke roeping is een groot avontuur. Je wordt er niet minder door en ook niet ongelukkiger. En daarbij een raad: “Wees niet bang!”
Als God je niet tot het kloosterleven heeft geroepen zal je ook niet intreden.
En … intreden gaat echt niet zomaar. Alles wordt getest en uitgezocht. Het kloosterleven is iets heel moois, maar zonder roeping is het een hel op aarde. Zonder roeping houd je het niet vol.
Wees moedig en ga op zoek!


















