Maria Teresa van de Heilige Jozef

augustus 21, 2011 in Heiligen van de Karmel, Zalige Moeder Maria Teresa by zrelviramaria

Zalige Moeder Maria Teresa van de Heilige Jozef, stichteres van de Carmel. D.C.J.
Anna Maria Tauscher werd op 19 juni 1855 geboren in Sandow, 26 kilometer ten oosten van Frankurt an der Oder. Sandow behoorde indertijd tot Duitsland en ligt nu in Polen.

Anna Maria was de oudste dochter van de lutherse dominee Hermann Traugott Tauscher en Pauline van den Bosch, die zeer gelovig was en zich voor allerlei goede doelen inzette. Na Anna Maria volgden nog zeven kinderen, van wie er drie als kind overleden. Van de uit Haarlem afkomstige moeder leerden de kinderen bidden en het beoefenen van naastenliefde ten opzichte van de armen.

Dominee Tauscher werd in 1862 benoemd in Arnswalde; drie jaar later werd hij overgeplaatst naar de Lucasgemeente in Berlijn. In het ouderlijk huis hadden de kinderen een mooie en geborgen jeugd, tot aan het overlijden van moeder Pauline in 1874. Als oudste dochter was het aan de amper 20 jaar oude Anna Maria om het huishouden te leiden en aan de conversaties aan tafel deel te nemen, waar vaak met de gasten politieke en kerkelijke thema’s werden besproken. Op verzoek van haar vader las Anna Maria ook de toespraken van de afgevaardigden in de Rijksdag.

Toen vader Tauscher in 1879 opnieuw in het huwelijk trad, was zijn oudste dochter van de verplichtingen in huis bevrijd en kon ze zich meer op gebed en bijbellezing toeleggen. De familie Tauscher woonde al ruim 19 jaar in Berlijn, toen dominee Tauscher de lutherse gemeente in Gusow aangeboden kreeg. Anna Maria was verheugd over de verhuizing naar landelijk gebied. Ze bezocht er armen en zieken en verzamelde een groep jonge meisjes om zich heen.

Ze was 30 jaar toen ze God als bewijs van haar liefde voor Hem een groot offer wilde brengen. Ze solliciteerde naar de baan van hoofd van een krankzinnigengesticht. Met toestemming van haar vader verliet zij op 6 maart 1886 het ouderlijk huis en reisde ze naar het Rijnland.

Het werk met de zieken kostte haar veel zelfoverwinning en bezorgde haar slapeloze nachten, maar ze nam niets van haar offer terug. In Keulen leerde ze veel van het katholieke geloof en maakte ze kennis met het meilof en de Heilig Hartverering. Uiteindelijk vond ze in de leer van de katholieke kerk juist datgene wat zij tot dan toe als haar ‘eigen religie’ beschouwde. Haar overgang naar het katholicisme heeft op 30 oktober 1888 in de kerk van de Sankt Aposteln (Heilige Apostelenkerk) aan de Neumarkt in de Keulse binnenstad. Het leidde tot haar ontslag. Haar nieuwe geloof maakte het ook onmogelijk om terug te keren naar haar vader. Omdat de directeur tevens een negatief getuigschrift had geschreven, kon zij geen nieuwe baan vinden. In deze noodsituatie – werkeloos en dakloos – vond ze tijdelijk onderdak in een Augustinessenklooster in Keulen, waar ze voor het laagste huishoudelijke werk als Putzfrau werd ingezet.

Op 7 november 1889 kwam ze naar Berlijn, waar ze als gezelschapsdame en reisgenote van mevrouw Von Savigny functioneerde. Tijdens een reis naar het Beierse klooster Zangberg, waar een dochter van mevrouw Von Savigny kloosterlinge was, leerde Anna Maria Tauscher de heilige Teresia van Avila kennen. Bij het lezen van haar levensverhaal werd haar duidelijk dat zij in de Karmelorde thuishoorde, al wist zij nog niet hoe dat te verwezenlijken zou zijn.
In Berlijn had ze de anonieme ellende van vele kinderen gezien die op de straten opgroeiden en via de lokale kranten weggegeven werden. Van binnen voelde Marie Tauscher de roepstem van God om deze dakloze kinderen een thuis te schenken. Zo ontstond in 1891 in de Berlijnse Pappelallee het eerste St. Jozefhuis. Om ook de van de kerk vervreemde mensen weer bij God een thuis te laten vinden, begon ze in 1897 met de huismissie. Daardoor konden velen weer de weg terug naar de kerk en naar de sacramenten vinden. Toen kon nog niemand vermoeden dat hier een nieuwe twijg aan de Karmelboom zou ontstaan, want Moeder Maria-Teresa van de Heilige Jozef, zoals zij zich nu noemde, leidde met haar eerste gezellinnen in het verborgene een leven naar de Regel van de Karmel, verbonden met de boetedoening ter ere van het Heilig Hart van Jezus.

Wat volgde waren vele jaren van strijd om de kerkelijke erkenning en de aansluiting bij de Karmelorde. Driemaal reisde de stichteres naar Rome, totdat zij in 1904 haar doel bereikte. In dat jaar kreeg de congregatie ook een naam, die nog altijd gevoerd wordt: ‘Karmelietessen van het Goddelijk Hart van Jezus’ of afgekort ‘Karmel D.C.J.’. De congregatie kreeg op 9 mei 1910 van paus Pius X het ‘decretum laudis’

In deze jaren breidde de jonge gemeenschap zich snel in Europa uit: in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Nederland, Engeland, Italië en Hongarije ontstonden St. Jozefhuizen, een keten van kinderhuizen waar velen voor het eerst liefde, steun en geborgenheid ontvingen. Ontelbare kinderen over de hele wereld hadden de zusters van de Karmel D.C.J. als liefdevolle vervangster van hun eigen moeder.

Van 1912 tot 1920 verbleef de stichteres in Amerika, om ook daar een nieuwe Karmeltwijg te planten. In de Nieuwe Wereld ontstond in 1917 het eerste bejaardenhuis van de congregatie, eveneens als antwoord op de nood in die tijd.

Ook in Nederland werd men in de Eerste Wereldoorglog geconfronteerd met zwervende weeskinderen en anderen verlatenen. Moeder Maria-Teresa zelf verbleef noodgedwongen in Amerika en Canada, toch werden tijdens de eerste wereldoorlog het Haarlemse, Amsterdamse en Leidse Sint Jozefkinderhuis wasopgericht. Maar toen ze in 1920 in Europa terugkeerde, bezocht ze als eerste de nieuwe vesting in Haarlem, op de hoek van de Brouwersgracht en Zijlsingel. In de schaduw van de rond 1911 verrezen Sint Antoniusschool “met patronaatzaal en gymnastieklokaal” werd rond 1930 nieuwbouw gepleegd.

De congregatie kreeg in 1930 van paus Pius XI de uiteindelijke goedkeuring van de constituties.

Na de Eerste Wereldoorlog werd het eerste Moederhuis in 1904 in Rocca di Papa in het Italiaanse bisdom Frascati gesticht, als ‘Duits eigendom’ onteigend. Maria Teresa zocht ze een nieuw Moederhuis. De keuze viel daarbij op Sittard, waar tot op vandaag het hart van de congregatie met een internationale gemeenschap is gevestigd.

De stichteres en eerste generaal-overste bracht de laatste jaren van haar leven door in het Moederhuis in Sittard, waar zij op 20 september 1938 overleed. Ze werd eerst begraven op het kloosterkerkhof, en in 1987 herbegraven in een zijkapel van de kloosterkapel van het Moederhuis in Sittard.

  • 19 juni 1855 geboren in Sandow
  • 1862 verhuizing naar Arnswalde
  • 1864 overgeplaatst naar Lucasgemeente Berlijn.
  • 1874 overlijden van moeder Pauline van den Bosch
  • 1879 vader Tauscher opnieuw getrouwd
  • 1883 verhuizing van Berlijn naar Gusow
  • 6 maart 1886 vertrek naar Keulen
  • 30 oktober 1888 overgang Anna Maria Tauscher tot katholiek geloof in de Heilige Apostelenkerk in Keulen.
    Ontslagen bij Lindenburg, tijdelijk onderdak in een klooster van de Augustinessen in Keulen
  • 7 november 1889 naar Berlijn als gezelschapsdame en reisgenote van mevrouw Von Savigny
  • 1891 eerste St. Jozef Kinderhuis in de Berlijnse Pappelallee
  • 1897 begint met de huismissie.
  • 1904 ‘Karmelitessen van het Goddelijk Hart van Jezus’ of afgekort ‘Karmel D.C.J.’ door Rome erkent.
  • 1904 in Rocca di Papa in het bisdom Frascati eerste Moederhuis en noviciaat gesticht
  • 9 mei 1910 paus Pius X verleen het ‘decretum laudis’
  • 1912 tot 1920 verblijf in Amerika
  • 1917 eerste bejaardenhuis van de congregatie in Amerika.
  • 1918 MoederhuisRocca di Papa als ‘Duits eigendom’ onteigend
  • 1920 Sittard wordt het hart van de internationale congregatie Karmel D.C.J
  • 1930 paus Pius XI verleent goedkeuring van de constituties
  • 20 september 1938 Anna Maria Tauscher sterft in Sittard
  • 1987 Translatie stoffelijke resten naar zijkapel van de kloosterkapel in het Moederhuis
  • 13 mei 2006 zalig verklaard.