Johannes van het Kruis

augustus 17, 2011 in Heiligen van de Karmel by zrelviramaria

Johannes van het Kruis (1542-1591) priester, kloosterling, kerkleraar
(ook Jan van het Kruis of Sint Jan van het Kruis), Spaans: Juan de la Cruz; eigenlijke naam: Juan de Yepes (Fontiveros (Ávila),
24 juni 1542 – Úbeda, 14 december 1591) was een Spaans heilige, mystiek dichter en kerkleraar.
Feestdag: 14 december
Patroon van dichters

Juan wordt geboren in een arme familie te Fontiveros in 1542. Naar aloude gewoonte moest Juan gedoopt worden op de dag zelf van zijn geboorte. Bovendien kreeg het kind de naam van de heilige die op die bewuste dag werd gevierd. Waarschijnlijk werd Juan geboren op 24 juni, feest van Joannes de Doper Zijn vader Gonzalo de Yepes sterft in 1544, uitgeput door een lange en pijnlijke ziekte, die tegelijk het beetje spaargeld verteerde. Juan is dan twee jaar. De moeder van Juan, Catalina, probeert door het verkopen van stoffen, in hun levensonderhoud te voorzien. De arme weduwe besluit hulp te zoeken bij de familie van Gonzalo. Onverrichterzake keren ze naar Fontiveros terug, waarna het arme gezin verhuist naar Arévalo.

Opnieuw ziet de weduwe zich in 1551 genoodzaakt om te verhuizen, op zoek naar bestaansmiddelen voor haar en haar zoontjes. Dit keer gaat de reis van Arévalo naar Medina del Campo. In Medina is een school. Het Colegio de la Doctrina, een school voor arme kinderen. Als arm kind en halve wees wordt Juan de Yepes er opgenomen. Hij wordt er gevoed, krijgt er enige lessen en moet een vak leren. Juan probeert achtereenvolgens het beroep van timmerman, kleermaker, graveur en schilder. Hij is ook acoliet in de kerk van het Magdalenaklooster. Een taak dat hij met veel toewijding verricht. Bovendien werkt hij als loopjongen in een ziekenhuis. Hij moet er helpen bij het verplegen van arme zieken en aalmoezen voor hen gaan vragen.

Dit nu is het werk der liefde, nu ik haar heb leren kennen: of er goed of kwaad is in mij, zij geeft alles iets voortreffelijks, en de ziel vormt zij in zich om; en zo in die kostelijke vlam die ik in mij gewaar word, zonder enig spoor te laten, raak ik restloos opgeteerd.
Afwisselend met deze bezigheden begint Juan zijn studies aan het jezuïetencollege in Medina del Campo. Hij leert er schrijven en vindt er vooral leermeesters en boeken. Hij verwerft er een cultuur en leert er de eerste beginselen van de filosofie. In 1563, hij is dan eenentwintig, trekt hij naar het karmelietenklooster te Medina en vraagt er het kloosterkleed van de Karmelorde. Zijn nieuwe naam wordt van dan af Juan de Santo Matfa. Op het college San Andrés, waar de karmelietstudenten verblijven, leidt Juan een voorbeeldig kloosterleven. Hij verdiept er zich in de Regel van de Orde, bestudeert de Heilige Schrift, de kerkvaders, de scholastieke theologie en het Latijn. Ook zijn artistiek talent en zijn persoonlijkheid zijn in volle ontwikkeling. In april van 1567 kiest het provinciaal kapittel Juan tot studieprefect. Tijdens de zomer van datzelfde jaar wordt hij priester gewijd en gaat naar Medina om er zijn eerste mis op te dragen. In september of oktober ontmoet Juan voor de eerste maal Teresa. Zij is dan tweeënvijftig en in volle actie voor haar Hervorming. Juan is in de volle kracht van zijn vijfentwintig jaar. Hij geeft haar zijn voornemen te kennen om naar de kartuizers over te gaan. De hervormster kan hem overtuigen om mee te werken aan haar hervormingsplan voor de paters Karmelieten. Alleszins is het zeker dat Juan teruggaat naar Salamanca, waar hij zich als theologiestudent laat inschrijven.

Tijdens de zomer van 1568 vergezelt hij Teresa bij haar stichting te Valladolid. Hij leert er bij de monialen het leven van de ongeschoeiden kennen. Begin oktober gaat hij naar Duruelo waar een kleine gemeenschap met het hervormde leven begint. Ondertussen is ook Juans naam veranderd, het is nu Juan de la Cruz geworden. Het leven te Duruelo mag je een terugkeer naar de bronnen noemen. Het kleine groepje paters bemediteert er de Schrift, waakt in gebed, beleeft de broederlijke liefde. Vanuit de stilte van hun kloostertje zijn ze ook dienstbaar voor de mensen uit de omgeving.
In de nacht van 2 december 1577 wordt Johannes van het Kruis met geweld uit het huisje bij de Menswording gehaald, waar hij als geestelijke leidsman van de zusters Karmelietessen zijn intrek had genomen. Hij wordt overgebracht naar het klooster van de geschoeiden in Toledo.

Hij wordt er opgesloten in een smalle, donkere, verstikkende kerker. Hier brengt hij negen maanden door zonder met iemand contact te hebben. In plaats van te revolteren of wanhopig te worden en zonder ooit de Hervorming te verloochenen, schrijft hij er gedichten. Deze verzen weerspiegelen de gesteldheid van de gevangene. Beelden van pijn, van klachten, voortdurende symboliek van nacht en duisternis.

Gedurende de dagen van het octaaf van Maria-Ten-Hemelopneming lukt het Johannes van het Kruis om uit zijn kerker te ontvluchten. Hij kan zich verbergen bij de ongeschoeide karmelietessen van Toledo. De monialen verzorgen hem zoveel ze kunnen. Nadien verblijft hij een tijd lang in het huis van don Pedro Gonzàlez de Mendoza. Zijn ziekelijke toestand belet Juan niet de kapittelzitting van 1578 in Almodóvar bij te wonen. Pater Johannes van het Kruis wordt er gekozen als overste te Calvario (Jaén), in het zuiden van Spanje. Begin november 1578 neemt hij zijn taak als overste op. Johannes onderneemt verschillende reizen om de stichting van een college te Baeza voor te bereiden. Op 13 juni vertrekt hij definitief naar Baeza en wordt er de eerste rector.

In een nacht, aardedonker, in brand geraakt en radeloos van liefde, – en hoe had ik geluk! – ging ik eruit en niemand die ‘t merkte – want mijn huis lag reeds te slapen.

1581, de Hervorming is nu bij pauselijke breve een afzonderlijke provincie geworden. Juan wordt tot provinciaal raadslid gekozen. Nadien gaat hij terug naar Baeza. Hij wordt belast met de voorbereiding van een karmelietessenstichting in Granada. Hij reist naar Avila om er Moeder Teresa te overhalen zelf naar Granada te komen. Tevergeefs. Zij heeft reeds besloten naar Burgos te vertrekken voor een stichting aldaar. Het is de laatste keer dat de twee hervormers elkaar ontmoeten. Hij wordt in de loop van het jaar 1582 prior van het klooster ‘Los Mártires’ in Granada. Op 4 oktober, tijdens de langste nacht uit onze geschiedenis — Gregorius XIII hervormt de kalender met het gevolg dat men van 4 oktober naar 15 oktober springt — sterft moeder Teresa. Het is tijdens deze jaren, 1584, dat hij zijn lange geestelijke traktaten verder bewerkt en afwerkt; Bestijging van de Berg Karmel en Donkere Nacht. Op het kapittel te Lissabon wordt P. Nicolàs Doria tot provinciaal verkozen. Johannes wordt provinciaal raadslid. In oktober van dat jaar gaat hij naar Pastrana, waar het kapittel van Lissabon verdergezet wordt. Hij wordt vicaris-provinciaal van Andalusië, met als residentie Granada. 1586, een jaar waarin hij omwille van zijn verantwoordelijkheden veel moet reizen. We vinden hem in Caravaca, Córdoba, Malaga, Sevilla, Toledo en Madrid. Tijdens het kapittel te Valladolid, 1587, wordt hij van zijn taak als raadslid en vicaris-provinciaal ontheven. Hij wordt echter voor de derde maal tot prior van Granada verkozen. Hij schrijft zijn Levende Vlam van Liefde. Van 18 juni tot 11 juli 1588 woont Johannes van het Kruis het kapittel te Madrid bij. Bij pauselijke breve worden de ongeschoeiden een eigen congregatie met aan het hoofd een vicaris-generaal. Pater Nicolas Doria wordt tot dit ambt gekozen. Johannes wordt als eerste generaal-raadslid gekozen en vervolgens derde raadslid van het nieuwe bestuursorgaan, de Consulta. Tevens is hij ook overste in het generaal huis te Segovia. In de loop van 1590 neemt hij deel aan een buitengewoon kapittel in Madrid. Johannes verzet zich tegen een aantal maatregelen die pater Doria heeft genomen. Maatregelen die blijk geven van een nogal rigoureus observantisme en eigenlijk tegen de geest van de Hervorming ingaan. Het generaal kapittel komt opnieuw samen in 1591. Johannes van het Kruis krijgt er geen enkele taak toegewezen. Men denkt eraan pater Johannes naar Mexico te sturen, maar de omstandigheden verhinderen dit. Uiteindelijk krijgt hij opnieuw Andalusië als bestemming. Johannes trekt zich terug in de eenzaamheid van het klooster van La Pehuela. Ondertussen is er een lastercampagne tegen hem opgezet. Na korte tijd begint hij hinder te voelen van lichte koorts, als gevolg van een ontsteking aan zijn rechter been. Op 28 september 1591 gaat Johannes van het Kruis ziek op weg naar Ubeda, om er verzorgd te worden. Daar sterft hij in de nacht van 13 op 14 december.

Zalig verklaard door paus Clemens X, 25 januari 1675
Heilig verklaard door paus Benedictus XIII, 1726
Uitgeroepen tot Kerkleraar door paus Pius XI, 25 augustus 1926